Wanneer alle kanalen goed op elkaar aansluiten, kan een ventilatiesysteem pas echt goed werken. Spirobuizen zijn stevig, glad van binnen en makkelijk te verwerken. Een kleine lekkage kost je echter al snel luchtdebiet, extra energie en geluid. Ook kan er vocht ontstaan op plekken waar je dat liever niet hebt. Daarom is het belangrijk dat je een spirobuis aansluiten niet half doet. In dit blog lees je wat je nodig hebt, hoe je stap voor stap een spirobuis monteert en welke fouten je beter niet kunt maken.
Voordat je begint is het fijn om alles klaar te leggen. Op die manier hoef je tijdens het werk niet meer te zoeken en verloopt het sneller en netter.
Afhankelijk van hoeveel lucht er door het kanaal moet, kies je de diameter van je spirobuis. In woningen gebruik je voor aftakking naar badkamer, toilet of slaapkamer meestal Ø 80 tot 125 mm. Het hoofdkanaal in een woning is vaak Ø 125 of 160 mm. In kantoren en utiliteitsbouw kom je eerder uit op Ø 160 tot 315 mm, en in de industrie gaat het al snel om Ø 400 mm of meer.
Kijk ook naar de aansluitmaat van je ventilatie-unit, de lengte van het traject en het aantal bochten. Hoe langer het kanaal en hoe meer bochten, hoe hoger de weerstand. Twijfel je? In ons artikel over welke maat spirobuis je nodig hebt voor je ventilatiesysteem leggen we uitgebreid uit hoe je de juiste maat bepaalt.
Met deze stappen zet je snel een strak en luchtdicht kanaal neer.
Meet het traject op van de ventilatie-unit tot het laatste rooster. Bepaal waar je bochten, T-stukken en verloopstukken nodig hebt. Zo weet je precies hoeveel materiaal je nodig hebt.
Teken de ophangpunten af met een waterpas of laser en zet een beugel vlak bij elke bocht en aftakking. Bevestig de draadstang of montagerail en monteer daaraan de beugels met rubber.
Bij het spirobuis zagen plak je eerst een strook tape rond de buis als zaaglijn. Zaag met een metaalzaag of buizensnijder en klem de buis niet te hard in, anders vervormt hij. Haal daarna de bramen weg met een vijl.
Nu ga je de spirobuis verbinden met de hulpstukken. Schuif alles tot aan de aanslag in elkaar. Gebruik een koppelstuk tussen twee buizen en een verbindingsmof tussen twee hulpstukken. Zet elke verbinding vast met twee tot drie zelfborende parkers, net naast de rubberen ring.
Leg de buizen in de beugels, lijn het kanaal uit en draai de beugels vast. Sluit het kanaal daarna aan op de ventilatie-unit en de rooster.
Zet de ventilatie aan en kijk alle verbindingen na. Hoor of voel je lucht ontsnappen? Dicht die plek dan af met aluminiumtape.
In de praktijk komen regelmatig dezelfde fouten voor. Gelukkig zijn ze makkelijk te voorkomen.
Bij ons vind je altijd de juiste maat spirobuizen. Van kleine diameters voor woningventilatie tot grote industriële maten tot Ø 900 mm. Ook alle bijpassende hulpstukken en montagematerialen bestel je bij ons op één plek. Wij zijn een gespecialiseerde groothandel in ventilatiematerialen en leveren aan installateurs, aannemers en andere zakelijke klanten.
Twee spirobuizen verbind je met een koppelstuk. Je schuift het koppelstuk aan beide kanten in de buis tot aan de aanslag. Daarna zet je de verbinding aan beide kanten vast met zelfborende parkers. Zit er geen rubberen afdichting op het koppelstuk, dek de naad dan af met aluminiumtape.
Een spirobuis bevestigen aan het plafond doe je met beugels met rubber. Die hang je op aan een draadstang of een montagerail, die je met pluggen en schroeven in het plafond vastzet. Lijn het kanaal uit met een waterpas voordat je de beugels helemaal vastdraait.
Dat hangt af van de hulpstukken. Hulpstukken met een rubberen afdichtingsring zijn op zichzelf al luchtdicht als je ze goed in elkaar schuift. Tape is dan niet nodig, maar kan wel als extra zekerheid. Zonder een rubberen ring dicht je de naad altijd af met aluminiumtape.
Een spirobuis op maat maken die je het best met een metaalzaag, een decoupeerzaag met metaalblad of een buizensnijder. Ondersteun de buis goed en klem hem niet te strak in, want dan wordt hij ovaal. Zaag rustig langs een strook tape voor een rechte lijn en ontbraam de rand daarna met een vijl.
Bij het ophangen van de spirobuis houd je bij kleinere diameters meestal een afstand van zo’n 2 tot 3 meter tussen de beugels aan. Bij grote en zware kanalen hang je de beugels dichter op elkaar, rond 1,5 tot 2 meter. Plaats daarnaast altijd een beugel vlak bij bochten, T-stukken en aftakkingen. Controleer ook de eisen van het project of de fabrikant.